Medewerkers zijn net mensen. Als organisatiewetenschapper fascineert het me hoe ik theorieën die indruk op me hebben gemaakt tijdens mijn studie of die ik gaandeweg heb opgepikt zowel op de werkvloer als in het wild terugzie. Als Saskia ben ik simpelweg geïnteresseerd in hoe mensen denken en hoe ze uit zichzelf kunnen halen wat erin zit. Zo denkt Saskia. Welkom in Saskia's wereld.
vrijdag 8 mei 2015
maandag 29 september 2014
Hoe je kunt weten wat je collega denkt
A penny for your thoughts
- Engelse uitdrukking
Wie zou niet net als Mel Gibson in What women want af en toe in staat willen zijn gedachten te lezen? Hoe zou de communicatie verlopen als onze gedachten, maar ook kwetsbaarheden als wolkjes boven ons hoofd hingen?
In een tijdschrift voor arbeidsdeskundigen stuit ik op een artikel over een bijzondere bril: de O2Amp. Het is een bril die subtiele veranderingen in het zuurstofniveau bij een ander zichtbaar makt, waardoor je kunt zien welke emoties iemand op dat moment ervaart of hoe gezond iemand precies is. De bril kan op de werkvloer gebruikt worden door mensen met een stoornis in het autistisch spectrum (maar ik kan nog wel wat mensen bedenken), die hierdoor beter emoties van collega’s kunnen inschatten. Ook kunnen medische professionals door het lezen van emoties beter met hun cliënten omgaan. (Bron: Advisie). Er zijn vast medewerkers die een dergelijk bril voor hun leidinggevende of collega’s zouden willen aanschaffen.
Het deed me denken aan een boek van Jeffrey Wijnberg met de titel: ’ik kijk dwars door je heen’. Toen was er nog geen O2Amp. Wijnberg speelt graag met de fabel rondom psychologen dat ze dwars door je heen kijken. Maar stelt tegelijkertijd: mensen lijken nu eenmaal meer op elkaar dan dat zij van elkaar verschillen. Wijnbergs aanpak is die van de provocatieve analyse: door mensen uit hun tent te lokken kun je mensen goed inschatten. Door reacties uit te lokken kan de mens worden getest op zijn vermogen tot relativeren, zijn verbale weerbaarheid, aanwezigheid van enige zelfwaardering, assertiviteit en realiteitszin. Dat maakt nieuwsgierig!
Iemands woordkeuze speelt een belangrijke rol. Hij geeft daarmee onbewust informatie over zichzelf mee. Door gebruik te maken van de impliciete betekenis van woorden kun je voorspellende uitspraken doen. Provocatieve analyse is vergelijkbaar met cold reading: de kunst om door vragen te stellen de gegeven informatie van de client te gebruiken om iets nieuws over de client te kunnen beweren. Dan voelt het al snel alsof iemand door je heen kijkt.
Niemand is zich echt bewust van zijn woordkeuze en door dit onbewuste proces geeft de verteller vaak net iets meer prijs dan hij wellicht van plan was. Daarbij opgeteld iemands stem, oogopslag en houding leveren vervolgens voldoende informatie voor een provocatieve analist om te gaan associëren en deze associaties ook serieus te nemen.
Het geheim van de smit ìs namelijk spontaan associeren: wie zijn vaardigheden als mensenkenner wil aanscherpen, zal lichaamstaal moeten lezen in ’gestalts’. Je kijkt naar het geheel en probeert een gevoel op te roepen. Incongruenties tussen lichaamstaal en gesproken woord leveren belangrijke informatie (iemand zegt iets, maar zijn gezichtsuitdrukking bevestigt dat niet). Vervolgens combineer je het goed kijken en goed luisteren met spontane associaties. Het uitspreken van gevoelsmatige associaties helpt om dichter bij de waarheid te komen. Zinnen beginnen dan met:
- je doet me denken aan…
- je zit erbij alsof je wilt zeggen…
- zoals jij met je handen beweegt is het alsof…
- je zit erbij alsof je wilt zeggen…
- etc.
Daarnaast zijn er universele patronen als het gaat om levensfases, bijvoorbeeld ’de barmhartige Samaritaan’, ’de betweter’ of ’het miskende talent’. Het vraagt goed kijken, luisteren en voelen en jezelf de vraag stellen : waar heb ik dit eerder gehoord, gezien, gevoeld? Het komt volgens Wijnberg aan op psychologische wiskunde: door feiten en waarnemingen te combineren kun je veel doorgronden. Kortom: we kunnen leren een beetje helderziend te zijn.
Dwars door iemand heen kijken, gaat op de werkvloer wellicht wat ver. De vaardigheid om je in een ander te verplaatsen, is echter wel een waardevolle eigenschap. In coaching wordt veel gebruik gemaakt van het verplaatsen in de ander: waarbij je daadwerkelijk fysiek in beweging komt. In coachgesprekken ontstaat soms inzicht door alleen al te vragen: ”hoor je nu wat je zegt?”
Een andere mooie interventie om ons perspectief te verbreden is ’de 6 denkhoeden van De Bono’. Iedere denkhoed vertegenwoordigt een rol zoals advocaat van de duivel of de controller. In een vergadering of bijeenkomst heb je met een van die denkhoeden een specifieke rol. Het mooie is dat het mensen helpt dingen te zeggen die ze anders nooit zouden denken of zeggen. Het helpt anders te denken en zaken vanuit meerdere perspectieven te zien: dat bespoedigt het besluitvormingsproces.
Voor wie inlevingsvermogen toch een brug te ver is, is er nu dus de mogelijkheid daadwerkelijk door een andere bril te kijken.
vrijdag 5 september 2014
Hoe overleef ik....bureaucratie.
Hoezo waarom? Waarom niet!?
- Saskia
In ons werk weten we hoe het werkt, toch? We hebben processen, procedures, richtlijnen en leidinggevenden die precies vertellen hoe het moet. Hartstikke mooi. Toch hebben veel bedrijven het over innovatie, ondernemerschap en flexibiliteit. Maar out-of-the-box denken binnen de lijntjes werkt niet. Het vraagt behoorlijk wat doorzettingsvermogen van medewerkers om binnen zulke regelzucht verbeteringen door te voeren.
Bureaucratie is niet per definitie slecht: het is een systeem van regels en procedures wat kaders stelt en vriendjespolitiek en willekeur voorkomt. Het is bedoeld om een organisatie efficiënt in te richten met een heldere taakverdeling. Een bureaucratie wordt een probleem als regels onsamenhangend worden of het oorspronkelijke doel uit het oog verloren wordt. Processen worden dan onnodig ingewikkeld met te veel schakels waardoor taken en verantwoordelijkheden versnipperd raken en onduidelijk is wie nog eigenlijk van wat is. Heel verleidelijk om je dan vast te houden aan 'hoe het hier nu eenmaal gaat', maar een gezond verstand gaat nog altijd boven regels en procedures. De laatste jaren staan binnen HR thema's als eigenaarschap, het waarom van werk en outputgericht sturen hoog op de agenda.
Voor alle ondernemende, creatieve, resultaatgerichte, daadkrachtige, pragmatisch en optimistische medewerkers hierbij een aantal praktische tips om binnen de muren van een bureaucratie toch het beste uit jezelf te halen en dus ook de meest toegevoegde waarde voor de organisatie te leveren.
- Wacht niet te veel op toestemming
Soms is het beter sorry te zeggen dan toestemming te vragen. De leukste dingen die ik heb gedaan werden niet van me gevraagd. Of: waren net buiten de lijntjes. Geregeld heb ik dingen opgestart onder de noemer 'pilot'. Als je dan hier en daar wat mensen hebt gepolst en mee kan krijgen in je idee wordt iets al snel een succes. Direct al ruchtbaarheid geven aan je idee, maakt alleen maar slapende honden wakker. En als iets een succes is, stelt een manager verder geen vragen meer.
- Versterk je kansgericht denken
Jeff Gaspersz heeft het in zijn boek 'Anders werken, nieuwe kansen' over kansdenkers. Gaspersz geeft aan dat we ons bewust moeten zijn van 'de valkuil van ervaring'. Ervaring is vaak de meestbegeerde eigenschap van een professional. Ervaring staat voor: "Ik heb dit al zo vaak meegemaakt. Laat het maar aan mijn over. Ik beheers mijn vak. Ik weet hoe je ernaar moet kijken en hoe je het aanpakt". Ervaring heeft echter een keerzijde: in een veranderende omgeving helpen vertrouwde oplossingen niet meer. Als kansdenker neem je geregeld afstand van je werk vraag je je af: brengt dit mij ook morgen nog succes?
Kansgericht denken betekent ook buiten de eigen organisatie kijken: hoe doen andere bedrijven het, welk idee kunnen we daaruit overnemen. Mensen aan wie ik leiding geef weten dat ze die vraag kunnen verwachten: wat zijn ze tegengekomen wat van waarde kan zijn voor ons?
- Verspreid positiviteit
Onderzoeker Barbara Fredrickson heeft een geweldig boek geschreven over positiviteit. Eigenlijk zou het verplichte kost moeten zijn voor iedereen. Het is een belangrijke levensles. Ik heb hier eens een blog aan gewijd die direct mijn best gelezen blog werd. Blijkbaar herkenbaar en hard nodig. Fredrickson introduceert de positiviteitsratio: een verhouding van drie positieve ervaringen tot één negatieve ervaring geeft de beste emotionele balans. Mopperkonten zijn er overal, inclusief negativiteit. De kunst is zelf positiviteit te herkennen, op te zoeken en te delen. Negativiteit verdwijnt er niet mee, wel welke impact het op je heeft.
- Werk aan je creativiteit
Met creativiteit kun je nieuwe wegen verkennen, verbanden leggen, en daardoor slimmer werken. Het kan je helpen om in situaties van hoge werkdruk vitaal te blijven. Zelf vind ik creativiteit meer een levenshouding dan een competentie. Mensen vragen me geregeld hoe ik aan een idee kom. In ieder geval niet door heel hard na te denken of lange dagen te maken (en al zeker niet door oeverloos vergaderen). Creativiteit vraagt mijmertijd. Veel mensen herkennen wel de situatie waarin de oplossing zich ineens voordeed onder de douche, tijdens het hardlopen of soms jammer genoeg: midden in de nacht. Mijmertijd kun je ook inplannen. Neem op de rustige vrijdag eens de tijd om relevante artikelen te lezen, een TED filmpje te bekijken, langs een andere afdeling te lopen voor een kletspraatje. Zoek inspirerende mensen op. En: vraag hulp. Beter goed gejat, dan slecht bedacht.
- Creëer ruimte in je hoofd
Neem geregeld afstand van je werk. Niet snel even een broodje weghappen achter je bureau, maar maak een lunchwandeling en voel de zon op je gezicht. Bouw me-time in in je leven. We hebben het druk, maar vaker zijn we simpelweg te onrustig om eens even niks te doen. Want er is altijd iets wat nog moet. Dat is waar, maar dat is morgen net zo. Zeg ook eens nee tegen meetings waar voor jou geen toegevoegde waarde zit. Vaak voelen we ons erkend ergens bij aan te mogen schuiven, maar de vraag is of dat zinvol is. Hier speelt de eigenschap 'sharpen the saw' van Covey een belangrijke rol: het helpt niet om maar meer en meer te werken. Je productiviteit gaat omlaag en alleen een break kan je helpen weer scherp te worden.
- Choose your battles
Soms laat je iets varen om je energie te sparen. Het is goed om je af te vragen: wat is me dit waard. Voor de zeer principiële mensen onder ons een haast onmogelijke zaak. Soms is de tijd niet rijp, maar is er toch iets in gang gezet. Dan is het een kwestie van accepteren en erop vertrouwen dat het juiste podium nog komt. Wat niet wegneemt, dat je integriteit boven alles gaat. Als je een duidelijk eigen kompas hebt en weet wat belangrijk voor je is, kun je beter keuzes maken en dus ook je 'battles'.
- Boetseer je baan (job crafting)
Leuk hoor zo'n functieprofiel, maar je beschikt ongetwijfeld over kwaliteiten die niet van je gevraagd worden. Job crafting betekent dat je wat knipt en plakt aan je functie en zonodig werkzaamheden om je heen organiseert. Je geeft ruimte voor energieleveranciers en beperkt energielekken tot het minimum. Het is niet altijd nodig een carrièreswitch te maken als je vast dreigt te lopen. Bovendien heeft niet iedereen de behoefte om iets heel anders te gaan doen. Afdelingsoverstijgende projecten of andere thema's binnen je werk oppakken, een trainers- of coachingsrol oppakken of een mentorschap aanvaarden helpen je vitaliteit te behouden. En dat geldt niet alleen voor de seniors onder ons.
- Zoek een maatje, of nog beter: maatjes
Binnen elke organisatie zijn kansdenkers, mensen met ideëen, eigenwijze mensen, friskijkers. Bouw een netwerk op en vraag eens een fijne collega een andere inspirerende collega uit te nodigen bij de lunch. Je ontmoet mensen die je anders niet zou tegenkomen, maar hebben op hun eigen gebied weer een andere, scherpe inbreng. Het helpt je niet altijd om iets voor elkaar te krijgen, maar je wordt er wel vrolijk van! En wie vrolijk is, ziet weer kansen en mogelijkheden. Zo is het dan ook wel weer.
- Last but not least: relativeer
De wereld draait door zonder jou. Echt waar. Ik vraag me geregeld af hoe erg het nou eigenlijk is als iets mis dreigt te gaan. Zolang er geen levensgevaarlijke situaties ontstaan of juridische problemen, is het vaak alleen bijzonder vervelend. Ik geloof wel dat mensen er nerveus van kunnen worden als ik zeg: lekker belangrijk! Maar laten we eerlijk zijn: iedereen doet toch maar wat?
- Saskia
In ons werk weten we hoe het werkt, toch? We hebben processen, procedures, richtlijnen en leidinggevenden die precies vertellen hoe het moet. Hartstikke mooi. Toch hebben veel bedrijven het over innovatie, ondernemerschap en flexibiliteit. Maar out-of-the-box denken binnen de lijntjes werkt niet. Het vraagt behoorlijk wat doorzettingsvermogen van medewerkers om binnen zulke regelzucht verbeteringen door te voeren.
Bureaucratie is niet per definitie slecht: het is een systeem van regels en procedures wat kaders stelt en vriendjespolitiek en willekeur voorkomt. Het is bedoeld om een organisatie efficiënt in te richten met een heldere taakverdeling. Een bureaucratie wordt een probleem als regels onsamenhangend worden of het oorspronkelijke doel uit het oog verloren wordt. Processen worden dan onnodig ingewikkeld met te veel schakels waardoor taken en verantwoordelijkheden versnipperd raken en onduidelijk is wie nog eigenlijk van wat is. Heel verleidelijk om je dan vast te houden aan 'hoe het hier nu eenmaal gaat', maar een gezond verstand gaat nog altijd boven regels en procedures. De laatste jaren staan binnen HR thema's als eigenaarschap, het waarom van werk en outputgericht sturen hoog op de agenda.
Voor alle ondernemende, creatieve, resultaatgerichte, daadkrachtige, pragmatisch en optimistische medewerkers hierbij een aantal praktische tips om binnen de muren van een bureaucratie toch het beste uit jezelf te halen en dus ook de meest toegevoegde waarde voor de organisatie te leveren.
- Wacht niet te veel op toestemming
Soms is het beter sorry te zeggen dan toestemming te vragen. De leukste dingen die ik heb gedaan werden niet van me gevraagd. Of: waren net buiten de lijntjes. Geregeld heb ik dingen opgestart onder de noemer 'pilot'. Als je dan hier en daar wat mensen hebt gepolst en mee kan krijgen in je idee wordt iets al snel een succes. Direct al ruchtbaarheid geven aan je idee, maakt alleen maar slapende honden wakker. En als iets een succes is, stelt een manager verder geen vragen meer.
- Versterk je kansgericht denken
Jeff Gaspersz heeft het in zijn boek 'Anders werken, nieuwe kansen' over kansdenkers. Gaspersz geeft aan dat we ons bewust moeten zijn van 'de valkuil van ervaring'. Ervaring is vaak de meestbegeerde eigenschap van een professional. Ervaring staat voor: "Ik heb dit al zo vaak meegemaakt. Laat het maar aan mijn over. Ik beheers mijn vak. Ik weet hoe je ernaar moet kijken en hoe je het aanpakt". Ervaring heeft echter een keerzijde: in een veranderende omgeving helpen vertrouwde oplossingen niet meer. Als kansdenker neem je geregeld afstand van je werk vraag je je af: brengt dit mij ook morgen nog succes?
Kansgericht denken betekent ook buiten de eigen organisatie kijken: hoe doen andere bedrijven het, welk idee kunnen we daaruit overnemen. Mensen aan wie ik leiding geef weten dat ze die vraag kunnen verwachten: wat zijn ze tegengekomen wat van waarde kan zijn voor ons?
- Verspreid positiviteit
Onderzoeker Barbara Fredrickson heeft een geweldig boek geschreven over positiviteit. Eigenlijk zou het verplichte kost moeten zijn voor iedereen. Het is een belangrijke levensles. Ik heb hier eens een blog aan gewijd die direct mijn best gelezen blog werd. Blijkbaar herkenbaar en hard nodig. Fredrickson introduceert de positiviteitsratio: een verhouding van drie positieve ervaringen tot één negatieve ervaring geeft de beste emotionele balans. Mopperkonten zijn er overal, inclusief negativiteit. De kunst is zelf positiviteit te herkennen, op te zoeken en te delen. Negativiteit verdwijnt er niet mee, wel welke impact het op je heeft.
- Werk aan je creativiteit
Met creativiteit kun je nieuwe wegen verkennen, verbanden leggen, en daardoor slimmer werken. Het kan je helpen om in situaties van hoge werkdruk vitaal te blijven. Zelf vind ik creativiteit meer een levenshouding dan een competentie. Mensen vragen me geregeld hoe ik aan een idee kom. In ieder geval niet door heel hard na te denken of lange dagen te maken (en al zeker niet door oeverloos vergaderen). Creativiteit vraagt mijmertijd. Veel mensen herkennen wel de situatie waarin de oplossing zich ineens voordeed onder de douche, tijdens het hardlopen of soms jammer genoeg: midden in de nacht. Mijmertijd kun je ook inplannen. Neem op de rustige vrijdag eens de tijd om relevante artikelen te lezen, een TED filmpje te bekijken, langs een andere afdeling te lopen voor een kletspraatje. Zoek inspirerende mensen op. En: vraag hulp. Beter goed gejat, dan slecht bedacht.
- Creëer ruimte in je hoofd
Neem geregeld afstand van je werk. Niet snel even een broodje weghappen achter je bureau, maar maak een lunchwandeling en voel de zon op je gezicht. Bouw me-time in in je leven. We hebben het druk, maar vaker zijn we simpelweg te onrustig om eens even niks te doen. Want er is altijd iets wat nog moet. Dat is waar, maar dat is morgen net zo. Zeg ook eens nee tegen meetings waar voor jou geen toegevoegde waarde zit. Vaak voelen we ons erkend ergens bij aan te mogen schuiven, maar de vraag is of dat zinvol is. Hier speelt de eigenschap 'sharpen the saw' van Covey een belangrijke rol: het helpt niet om maar meer en meer te werken. Je productiviteit gaat omlaag en alleen een break kan je helpen weer scherp te worden.
- Choose your battles
Soms laat je iets varen om je energie te sparen. Het is goed om je af te vragen: wat is me dit waard. Voor de zeer principiële mensen onder ons een haast onmogelijke zaak. Soms is de tijd niet rijp, maar is er toch iets in gang gezet. Dan is het een kwestie van accepteren en erop vertrouwen dat het juiste podium nog komt. Wat niet wegneemt, dat je integriteit boven alles gaat. Als je een duidelijk eigen kompas hebt en weet wat belangrijk voor je is, kun je beter keuzes maken en dus ook je 'battles'.
- Boetseer je baan (job crafting)
Leuk hoor zo'n functieprofiel, maar je beschikt ongetwijfeld over kwaliteiten die niet van je gevraagd worden. Job crafting betekent dat je wat knipt en plakt aan je functie en zonodig werkzaamheden om je heen organiseert. Je geeft ruimte voor energieleveranciers en beperkt energielekken tot het minimum. Het is niet altijd nodig een carrièreswitch te maken als je vast dreigt te lopen. Bovendien heeft niet iedereen de behoefte om iets heel anders te gaan doen. Afdelingsoverstijgende projecten of andere thema's binnen je werk oppakken, een trainers- of coachingsrol oppakken of een mentorschap aanvaarden helpen je vitaliteit te behouden. En dat geldt niet alleen voor de seniors onder ons.
- Zoek een maatje, of nog beter: maatjes
Binnen elke organisatie zijn kansdenkers, mensen met ideëen, eigenwijze mensen, friskijkers. Bouw een netwerk op en vraag eens een fijne collega een andere inspirerende collega uit te nodigen bij de lunch. Je ontmoet mensen die je anders niet zou tegenkomen, maar hebben op hun eigen gebied weer een andere, scherpe inbreng. Het helpt je niet altijd om iets voor elkaar te krijgen, maar je wordt er wel vrolijk van! En wie vrolijk is, ziet weer kansen en mogelijkheden. Zo is het dan ook wel weer.
- Last but not least: relativeer
De wereld draait door zonder jou. Echt waar. Ik vraag me geregeld af hoe erg het nou eigenlijk is als iets mis dreigt te gaan. Zolang er geen levensgevaarlijke situaties ontstaan of juridische problemen, is het vaak alleen bijzonder vervelend. Ik geloof wel dat mensen er nerveus van kunnen worden als ik zeg: lekker belangrijk! Maar laten we eerlijk zijn: iedereen doet toch maar wat?
Kortom: ruimte genoeg om te schitteren. Gaan!
woensdag 11 juni 2014
Niet eenmalig solliciteren, maar levenslang profileren
Wat me altijd is bijgebleven van het werken in de FMCG is de noodzaak om zichtbaar te zijn. Bij een vacature waarbij interne kandidaten werden aangedragen vanuit andere divisies zei de VP doodleuk tegen mij over een van de sollicitanten: "die ken ik niet, dus dat kan niks zijn". Einde gesprek.
Dat heb ik in mijn oren geknoopt en meegegeven aan alle jonge instromers. Profileren is part of the job. Betekent dat dat je overal je prestaties moet rondbazuinen of overal haantje de voorste moet zijn? Dat is het schrikbeeld van velen en nee, dat is het zeker niet. Op het juiste moment het podium pakken wèl en hoort bij persoonlijke effectiviteit.
Ik moest weer aan het voorval denken, omdat ik het boekje Sollicitatie-alfabet (2014, Van der Lee e.a.) als recensent kreeg. Profileren vertegenwoordigt daar weliswaar de 'P', maar is hier alleen gericht op de recruiter (of organisatie). Wie nu op een of andere manier op de arbeidsmarkt actief is, weet echter dat wat je kan niet meer het verschil maakt, wel wie je bent en wie je kent. In het boekje wordt een quote van Richard Branson aangehaald: "Most skills can be learned, but it is difficult to train people on their personality". Persoonlijkheid en match met de organisatie zijn belangrijker dan een 100% match op het profiel.
Het ca. 100 pagina's tellende boekje beoogt inspiratie te bieden aan zowel werkgevers als werkzoekenden. Op zich een aardige insteek: recruiters en sollicitanten kunnen een hoop van elkaar leren. Het boekje is echter zo beknopt dat een onderscheid tussen een recruiting-alfabet en sollicitatie-alfabet meer ruimte had geboden voor specifieke onderwerpen per doelgroep. Maar: vanuit HR optiek is iedere focus interessant.
Het boekje neemt de lezer mee langs te verwachten onderwerpen als netwerken, communities en simpelweg 'een goede match'. Daarnaast maken hoofdstuknamen als rommelig, uithangbord en xerostomie nieuwsgierig. Al met al een reis langs diverse thema's rondom solliciteren met zeker aardige aanknopingspunten om anders naar solliciteren anno nu te kijken. Voor wie praktische handreikingen zoekt, is het boekje niet geschikt.
Inzichten voor de sollicitant
Het meest waardevol voor de sollicitant is inzicht in het wervingsproces: 60% van alle vacatures blijft verborgen; 70% van de vacatures wordt via netwerken ingevuld. Alle reden om meer te willen weten over netwerken, pitchen, hoe je vacatures vindt en het gebruik van social media. Het boekje bevat zeker tips op dit gebied, alleen worden ze vaak niet als zodanig benoemd.
Wie een vacature heeft gevonden en gaat reageren, moet zich realiseren dat een recruiter een cv gemiddeld 6 seconden bekijkt en dan zijn beslissing al neemt. Deze stap wordt omschreven als een eliminatieproces en (nog) geen selectieproces. Bij fouten, onduidelijkheden of eigenaardigheden belandt je cv in 6 seconden tijd op de stapel 'afwijzen'.
Klinkt extreem, maar uit eigen HR ervaring weet ik dat het zo werkt: hoe mooi je motivatiebrief ook is, hij verdwijnt ongelezen op de verkeerde stapel als er fouten in je cv staan. En ik hèb wat spellingsfouten voorbij zien komen. Mijn favoriet is die van de man wiens laatste functie 'bedrijfslijder' was (ja, echt waar). Dan is het niet gek dat hij solliciteert! Maar dat geheel terzijde.
Wie het eliminatieproces heeft doorstaan, heeft de aandacht gekregen voor zijn motivatie brief. Hier wijdt het boekje niet over uit. Het is echter wel een cruciaal moment: ziet de lezer jou werken in zijn organisatie en in deze functie? De recruiter is op één ding gespitst: ben jij degene die de organisatie komt helpen problemen op te lossen?
Voor het gesprek zelf krijgt de sollicitant concrete tips, een hart onder de riem (natuurlijk ben je nerveus, hoort erbij!) en een voorbereiding op bijzondere vragen. Een aardige verwijzing is die naar de site www.expeditiework.nl (mede ontwikkeld door het UWV). De sollicitant doorloopt door middel van een serious game het gehele sollicitatieproces met checklists en voorbeeldfilmpjes.
Voorop staat dat je als sollicitant jezelf blijft: alleen dat geeft ruimte voor waardecreatie en meer kans op een echte match. Wat je mist in het profiel kun je ruimschoots compenseren door je persoonlijkheid en een match met de organistiecultuur. Daarom werkt 'via via' ook zo goed: als je wordt aangeraden door iemand die jou en de organisatie kent, lig je in ieder geval bovenop de stapel.
Lessen voor de recruiter
Voor recruiters is wat mij betreft de belangrijkste boodschap dat een sollicitatiegesprek waarbij het hele cv wordt doorlopen echt passé is: "in het verleden kon nog worden vastgehouden aan meer gestructureerde gesprekken met meer focus op het cv, nu worden minder tastbare eigenschappen als drive en persoonlijkheid langzaam belangrijker." Vervang 'langzaam' maar door 'snel' lijkt mij. De wereld is veranderd en "een knellende hierarchie en methodes uit de organisatie-prehistorie leiden tot een onnodige mismatch tussen mens en organisatie". 'Functieoverschrijdend denken' wordt in dat kader genoemd, waarmee het citaat van Branson bekrachtigd wordt: wat iemand meeneemt is meer dan de kwalificaties van een functieprofiel.
Hieruit rolt nog een impliciete tip voor sollicitanten: de interviewer zal ook zeker naar drijfveren op zoek zijn in het gesprek en niet alleen de concrete werkervaring zoals in een STAR interview gemeengoed is. Wie zijn drijfveren kent en dat onder woorden kan brengen straalt authenticiteit uit. Waar in het boekje gesproken wordt over de 'D' van dromen, hebben we het eigenlijk over focussen of doelen stellen. Drijfveren was nog een mooiere 'D' geweest. Zicht op je persoonlijke drive krijgt meer waarde als je je realiseert dat dat ook nadrukkelijk aandacht krijgt in het sollicitatiegesprek. Sterker nog: dat dat het verschil gaat maken.
Natuurlijk wordt met het boekje geen allesomvattend verhaal bedoeld. Een aantal belangrijke thema's en ontwikkelingen worden aangestipt, maar voor verdieping zal de lezer in actie moeten komen. De schrijvers hadden meer voorbeelden en best practices kunnen inbrengen. Dat had de doelstelling eer aan gedaan: de lezer inspireren.
Hoe dan ook, voor beide partijen geldt: jezelf goed kennen, vanuit eigen kracht het proces ingaan en aanvullend voor de sollicitant: een positieve mindset hebben èn houden.
Praktische tips vind je op:
Www.sollicitatiedokter.nl
Www.beaks.nl mèt gratis e-book solliciteren
Www.expeditiework.nl
woensdag 14 mei 2014
Talent op waarde schatten: het ene talent is het andere niet
Bij onderzoek naar talent is de focus langzaam verschoven van competenties van medewerkers naar betrokkenheid van medewerkers. Betrokkenheid ontstaat als de waarden van de organisatie medewerkers in staat stelt naar eigen goeddunken te bepalen hoe ze die organisatiedoelen nastreven. Leiders van nu brengen de competenties en betrokkenheid van medewerkers nog een stap verder: naar een bijdrage leveren.
- Ulrich in Het waarom van werk
Bij sommige organisaties is er geen twijfel mogelijk over wat een high potential is, andere organisaties willen niemand uitsluiten, want "iedereen heeft talent". Bij een van mijn opdrachtgevers liep ik tegen deze verschillende benaderingen aan. Het MT wilde graag een high potential programma laten ontwikkelen voor high potentials in de klassieke zin van het woord (hoogopgeleid met doorgroeipotentieel). Tijdens het inventariseren van mogelijke deelnemers bij leidinggevenden werd de lijst echter langer en langer.
Uiteindelijk leek de lijst twee type medewerkers te omvatten: enerzijds de inderdaad hoogopgeleide medewerkers met doorgroeipotentieel, anderzijds uitstekend functionerende medewerkers die dat potentieel niet hebben, maar wel een buitengewone bijdrage aan de organisatie leveren. De laatste groep is eigenlijk een groep die nogal eens over het hoofd wordt gezien en toch heel zichtbaar is als het gaat om functieoverstijgend werken en denken. Zij zijn betrokken, trekkers van diverse projecten, een voorbeelden voor anderen, zogenaamde cultuurdragers.
Een voor de organisatie zeer waardevolle groep die zeker dezelfde aandacht verdient als het doorgroeipotentieel. Het is namelijk een misvatting dat high potentials per definitie geëngageerd zijn - een reden waarom veel deelnemers aan programma's de eindstreep niet halen - deze groep is dat duidelijk wel. Zij zijn het gezicht van de organisatie, hebben een goed netwerk waardoor ze veel voor elkaar krijgen en spelen een grote rol in het uitdragen van de kernwaarden van de organisatie.
Natuurlijk heeft iedereen talent, de vraag is alleen hoe je die het beste ontwikkelt en het leek een taboe om een onderscheid te maken. Toch bleek dat een goede zet: veel medewerkers hebben geen behoefte om weer in de schoolbanken te zitten, maar staan wel open voor nieuwe invalshoeken in het werk.
De high potentials willen juist snel resultaten zien, anders zoeken ze hun heil elders: inspiratie leuk, maar het moet wel wat opleveren. High potentials willen hun persoonlijke doelen aan de bedrijfsdoelen verbinden en aan de belangrijkste bedrijfsvraagstukken werken. Verbondenheid met de organisatie speelt bij hen een kleinere rol dan je zou denken.
Uit onderzoek van de Corporate Leadership Council onder 20.000 wat zij noemen 'emerging stars' blijkt dat één op de drie hipo's niet geëngageerd is en zich niet volledig inspant; één op de vier denkt binnen een jaar bij een andere werkgever te werken. Wellicht een iets te Amerikaanse oorsprong, maar wel degelijk een goede indicatie dat onderscheid maken nog zo gek niet is.
Waar de vraag was één ontwikkelprogramma op te zetten, ontstonden twee prachtige initiatieven: een inspiratieprogramma voor cultuurdragers en een praktijkgericht high potential programma. Het inspiratieprogramma kenmerkt zich door een focus op drijfveren en waarden in het werk, energiebronnen en persoonlijk leiderschap. Gelijkgestemden samenbrengen is al een enorme bron van inspiratie. Door deelnemers uit meerdere organisaties toe te laten, ontstaan nieuwe verbindingen en ideeën. De persoonlijke kracht van deze medewerkers versterken, geeft nieuw elan in de organisatie.
Het High Potential programma kreeg een ander karakter. Het MT had een duidelijke wens op een andere manier de samenwerking te zoeken met belangrijke (externe) spelers in het werkveld.
Daarnaast vond ik inspiratie in een artikel in Opleiding & Ontwikkeling over een vernieuwend leertraject van Movares/Prorail en vijf welzijnsorganisaties met als doel om via het beste uit twee werelden (projectmatig en resultaatgericht werken/denken enerzijds, sociale en relationele vaardigheden anderzijds) een bijdrage te leveren aan de oplossing van actuele maatschappelijke vraagstukken.
In een artikelen in de Gids voor Personeelsmanagement wordt gesteld dat echte leiderschapsontwikkeling plaats vindt onder condities van echte stress: in de beste talentmanagement programma's worden mensen in lopende projecten geplaatst waarin nieuwe vaardigheden en eigenschappen moeten worden ontwikkeld.
Waar het inspiratieprogramma de druk eraf haalt, zet zo'n traject juist de druk erop. Ander talent, andere aanpak. Dat werkt.
- Ulrich in Het waarom van werk
Bij sommige organisaties is er geen twijfel mogelijk over wat een high potential is, andere organisaties willen niemand uitsluiten, want "iedereen heeft talent". Bij een van mijn opdrachtgevers liep ik tegen deze verschillende benaderingen aan. Het MT wilde graag een high potential programma laten ontwikkelen voor high potentials in de klassieke zin van het woord (hoogopgeleid met doorgroeipotentieel). Tijdens het inventariseren van mogelijke deelnemers bij leidinggevenden werd de lijst echter langer en langer.
Uiteindelijk leek de lijst twee type medewerkers te omvatten: enerzijds de inderdaad hoogopgeleide medewerkers met doorgroeipotentieel, anderzijds uitstekend functionerende medewerkers die dat potentieel niet hebben, maar wel een buitengewone bijdrage aan de organisatie leveren. De laatste groep is eigenlijk een groep die nogal eens over het hoofd wordt gezien en toch heel zichtbaar is als het gaat om functieoverstijgend werken en denken. Zij zijn betrokken, trekkers van diverse projecten, een voorbeelden voor anderen, zogenaamde cultuurdragers.
Een voor de organisatie zeer waardevolle groep die zeker dezelfde aandacht verdient als het doorgroeipotentieel. Het is namelijk een misvatting dat high potentials per definitie geëngageerd zijn - een reden waarom veel deelnemers aan programma's de eindstreep niet halen - deze groep is dat duidelijk wel. Zij zijn het gezicht van de organisatie, hebben een goed netwerk waardoor ze veel voor elkaar krijgen en spelen een grote rol in het uitdragen van de kernwaarden van de organisatie.
De high potentials willen juist snel resultaten zien, anders zoeken ze hun heil elders: inspiratie leuk, maar het moet wel wat opleveren. High potentials willen hun persoonlijke doelen aan de bedrijfsdoelen verbinden en aan de belangrijkste bedrijfsvraagstukken werken. Verbondenheid met de organisatie speelt bij hen een kleinere rol dan je zou denken.
Uit onderzoek van de Corporate Leadership Council onder 20.000 wat zij noemen 'emerging stars' blijkt dat één op de drie hipo's niet geëngageerd is en zich niet volledig inspant; één op de vier denkt binnen een jaar bij een andere werkgever te werken. Wellicht een iets te Amerikaanse oorsprong, maar wel degelijk een goede indicatie dat onderscheid maken nog zo gek niet is.
Waar de vraag was één ontwikkelprogramma op te zetten, ontstonden twee prachtige initiatieven: een inspiratieprogramma voor cultuurdragers en een praktijkgericht high potential programma. Het inspiratieprogramma kenmerkt zich door een focus op drijfveren en waarden in het werk, energiebronnen en persoonlijk leiderschap. Gelijkgestemden samenbrengen is al een enorme bron van inspiratie. Door deelnemers uit meerdere organisaties toe te laten, ontstaan nieuwe verbindingen en ideeën. De persoonlijke kracht van deze medewerkers versterken, geeft nieuw elan in de organisatie.
Het High Potential programma kreeg een ander karakter. Het MT had een duidelijke wens op een andere manier de samenwerking te zoeken met belangrijke (externe) spelers in het werkveld.
Daarnaast vond ik inspiratie in een artikel in Opleiding & Ontwikkeling over een vernieuwend leertraject van Movares/Prorail en vijf welzijnsorganisaties met als doel om via het beste uit twee werelden (projectmatig en resultaatgericht werken/denken enerzijds, sociale en relationele vaardigheden anderzijds) een bijdrage te leveren aan de oplossing van actuele maatschappelijke vraagstukken.
In een artikelen in de Gids voor Personeelsmanagement wordt gesteld dat echte leiderschapsontwikkeling plaats vindt onder condities van echte stress: in de beste talentmanagement programma's worden mensen in lopende projecten geplaatst waarin nieuwe vaardigheden en eigenschappen moeten worden ontwikkeld.
Waar het inspiratieprogramma de druk eraf haalt, zet zo'n traject juist de druk erop. Ander talent, andere aanpak. Dat werkt.
maandag 5 mei 2014
Inzicht in drijfveren brengt organisaties verder
"Wees voorzichtig met waar je goed in bent, het kan zijn dat je het jaren moet doen"
- Danielle Laporte in The Firestarter Sessions
Kunnen en willen: dat zijn twee verschillende dingen.
In een loopbaanontwikkelingsgesprek sprak ik eens een jonge adviseur die heel goed thuis was in excel. Iedereen wist hem te vinden als ze vast liepen met draaitabellen en andere excel-voor-gevorderden onderwerpen. Tot het moment dat hij zich realiseert dat hij al de tijd die hij aan excel besteedt niet aan de zaken besteedt die bijdragen aan de (persoonlijke en vakinhoudelijke) ontwikkeling die hij zal moeten doormaken om door te groeien naar een door hem begeerde positie.
Zo’n moment kan een keerpunt zijn in hoe je naar je werk kijkt. Waar haal je energie uit? Niet altijd uit de dingen waar je goed in bent. Dat is wel een kwestie van ontdekken. Zelf was ik op de middelbare school een kei in wiskunde en economie en was het de bedoeling dat ik accountant zou worden. Gelukkig nam ik net op tijd een andere afslag.
Helaas staan mensen niet altijd stil bij wat hen drijft. En waarom zouden ze?
Allereerst omdat wie weet waar zijn hart ligt op basis daarvan de juiste keuzes maakt en grenzen stelt. Je kunt kiezen je drijfveren bewust in te zetten in je huidige werk of daarvoor mogelijkheden elders zoeken. In een wereld waarin het lastig is een eigen koers te varen, omdat er zoveel op je afkomt, kunnen drijfveren je innerlijk kompas zijn. Dat is wat werkt op de lange termijn en maakt je onafhankelijker van je omgeving. Een mooie stelregel van Covey: “waar zou ik over 10 jaar blij mee zijn met wat ik vandaag besluit”.
Wie zijn drijfveren kent en daarnaar handelt, staat in zijn kracht. Wie doet wat bij hem past is effectiever en hoeft minder moeite te doen voor een goed resultaat. Het is noodzakelijk om een maximale bijdrage te kunnen leveren in je werk. Wie zijn drijfveren kent, heeft zijn toegevoegde waarde helder. Hierdoor ben je in staat je doelen op de meest effectieve manier te bereiken. Dat niet alleen: wie in zijn kracht staat, straalt dat uit. Dat is inspirerend en herkennen we als authenticiteit.
Er is geen test of assessment voor nodig om stil te staan bij je drijfveren. Het kan al enorm helpen je agenda er eens bij te pakken en op te schrijven wat daarin de energiegevers en -slurpers zijn en de situaties waarin je in je element bent. Hier feedback op vragen van collega’s of partner geeft ook vaak mooie inzichten: zij merken vaak eerder de energie of sprankeling in je ogen op. Ik laat medewerkers ook wel een taakoverzicht maken met een opsomming van al hun taakgebieden en/of werkzaamheden en de tijd die ze eraan besteden en de tijd die ze eraan zouden willen besteden. Er zijn altijd dingen die bovenop en dingen die onderop de stapel belanden.
Als leidinggevende doe je er goed aan functieprofielen eens naast je neer te leggen en te focussen op wat jouw medewerkers belangrijk vinden. Als je hun drijfveren kent, ben je in staat hen te prikkelen en hun kwaliteiten optimaal te benutten. Fijn voor hen en fijn voor de organisatie. Zo breng je je medewerkers en de organisatie verder. Wellicht vraagt dat wat creativiteit, want er is geen 'one size fits all' oplossing voor wie drijfveren serieus neemt.
Genoeg winst te behalen. Toch vinden veel mensen het lastig om hier over na te denken. Een coachee zei letterlijk tegen mij: ”ik krijg er hoofdpijn van!” Stilstaan bij je drijfveren ofwel de motor achter je gedrag is hard werken en kan confronterend zijn. Je kunt je niet meer verschuilen achter: ”er is altijd wel wat”, ”ik ben gewoon zo”, ”zo werkt het nu eenmaal hier”. Je trekt mogelijk de conclusie dat je niet op de goede plek zit en dan is het aan jou om daar verantwoordelijkheid voor te nemen. Het geeft wellicht onrust, maar ook focus. Dat heb je nodig om uit te blinken. Ik kreeg ooit eens een fonkelende steen mee na een cursus met de tekst ”je bent bedoeld om te schitteren”. Mooi toch?
- Danielle Laporte in The Firestarter Sessions
In een loopbaanontwikkelingsgesprek sprak ik eens een jonge adviseur die heel goed thuis was in excel. Iedereen wist hem te vinden als ze vast liepen met draaitabellen en andere excel-voor-gevorderden onderwerpen. Tot het moment dat hij zich realiseert dat hij al de tijd die hij aan excel besteedt niet aan de zaken besteedt die bijdragen aan de (persoonlijke en vakinhoudelijke) ontwikkeling die hij zal moeten doormaken om door te groeien naar een door hem begeerde positie.
Helaas staan mensen niet altijd stil bij wat hen drijft. En waarom zouden ze?
Taak voor HR
Voor HR betekent dat dat het toetsen op drijfveren een vereiste is bij werving en selectie en in de gesprekscyclus. Medewerkers zijn niet alleen blijer als ze hun drijfveren kunnen inzetten, ze worden er ook productiever van en brengen energie in de organisatie. Waar een competentiescan inzicht kan geven of een medewerker de job aankan, geeft een drijfverentest inzicht in de kans dat een medewerker zich ook in de job thuis zal voelen. Of je iets kan, betekent nog niet dat je geschikt ben voor de functie. Op korte termijn misschien wel, maar als er iets gaat knagen, heeft dat meestal met onze drijfveren te maken. Als we die niet kwijt kunnen in ons werk, verliezen we vaak onze motivatie.
Type drijfveren
Bekende drijfverentesten zijn die van Management Drives (MD) of Management Development Institute (MDI). MD onderscheidt zes drijfveren gekenmerkt door een kleur: geel staat voor analyse, innovatie en visie, rood staat voor daadkracht, impact en lef, oranje staat voor resultaatgerichtheid, prestatie en voortgang, groen voor samenwerken, sociaal en verbinding, blauw voor structuur, planmatig en betrouwbaarheid en paars voor traditie, missie en gevoel van veiligheid. Vaak kan je je op basis hiervan al wel een beeld vormen als je kijkt wat jouw rol in een groep vaak is. Ben jij degene die aanjaagt, de consensus zoekt of juist nieuwe ideeën aandraagt?
Als leidinggevende doe je er goed aan functieprofielen eens naast je neer te leggen en te focussen op wat jouw medewerkers belangrijk vinden. Als je hun drijfveren kent, ben je in staat hen te prikkelen en hun kwaliteiten optimaal te benutten. Fijn voor hen en fijn voor de organisatie. Zo breng je je medewerkers en de organisatie verder. Wellicht vraagt dat wat creativiteit, want er is geen 'one size fits all' oplossing voor wie drijfveren serieus neemt.
Genoeg winst te behalen. Toch vinden veel mensen het lastig om hier over na te denken. Een coachee zei letterlijk tegen mij: ”ik krijg er hoofdpijn van!” Stilstaan bij je drijfveren ofwel de motor achter je gedrag is hard werken en kan confronterend zijn. Je kunt je niet meer verschuilen achter: ”er is altijd wel wat”, ”ik ben gewoon zo”, ”zo werkt het nu eenmaal hier”. Je trekt mogelijk de conclusie dat je niet op de goede plek zit en dan is het aan jou om daar verantwoordelijkheid voor te nemen. Het geeft wellicht onrust, maar ook focus. Dat heb je nodig om uit te blinken. Ik kreeg ooit eens een fonkelende steen mee na een cursus met de tekst ”je bent bedoeld om te schitteren”. Mooi toch?
maandag 14 april 2014
Het waarom van werk: wat is de bedoeling
“Bedrijven die erin slagen medewerkers te helpen betekenis te vinden in een neergaande economie creëren vaak een kader van veerkrachtige en gemotiveerde probleemoplossers en vernieuwers voor succes in de toekomst”.
- Dave Ulrich
Zingeving is in. De crisis heeft nederigheid teruggebracht in de maatschappij. De bestsellerlijst van managementboeken omvat boeken over de kracht van geven, mindful werken, vertrouwen, de gouden cirkel (begin met het waarom), het Rijnland model van Weggeman, storytelling en het einde van de organisatiemodellen die we nu kennen.
HR ìs niet op aarde om het de manager en medewerker zo lastig mogelijk maken hun werk te doen. “Als het niet in de CAO staat, dan kan het niet”, werd mij verteld. Ik dacht: “als het niet in de CAO staat, dan kan het wèl”. Ik wil nadrukkelijk stellen dat ik niet tegen arbeidsvoorwaarden of regelgeving ben, in tegendeel: zonder heldere procedures kan zelfs de veiligheid van medewerkers niet altijd gegarandeerd worden. Maar regels zijn er wel om te evalueren en kritisch toe te passen. Uitzonderingen zijn niet altijd bevestigingen van de oude regel, maar voorbodes van een nieuwe regel. Dus...
Gelukkig lopen er her en der meer mensen rond die pragmatisch van aard zijn. Ik heb ook meegemaakt dat een directeur over een principiële discussie over een vergoeding zei: “waar hebben we het over, 35 euro!? Regel het, ik betaal het desnoods uit mijn eigen portemonnee”. (Hulde!)
Met veel plezier heb ik het boek “het waarom van werk” gelezen van Ulrich, over betekenisgeving in het werk. Als medewerkers betekenis ervaren in werk, vinden ze het belangrijk om hun competenties te ontwikkelen, werken ze harder en zijn ze productiever. Zingeving is het vertrekpunt voor een succesvolle organisatie. Hoewel er meerdere interessante en inspirerende boeken over dit thema zijn (en verplichte kost), is het verhaal van Ulrich persoonlijker en heel praktisch van aard.
Van leiders vraagt dat: op een positieve manier spreken, helden en doelen benoemen en zichtbaar maken hoe medewerkers bijdragen aan het algemeen belang van het bedrijf. Zij creëren organisaties die overlopen van betekenis en overvloed. Van HR vraagt dat al bij de selectie aandacht voor drijfveren, het kennen van talenten van medewerkers en het vermogen deze maximaal te benutten voor de organisatie.
Het is echter niet alleen rozegeur en maneschijn. Ulrich benadrukt dat organisaties die alleen aandacht hebben voor persoonlijke behoeften (van zichzelf en hun medewerkers) organisaties creëren die uiteindelijk failliet gaan. Aan de andere kant zullen organisaties die alleen maar oog hebben voor geld verdienen, op het sociale en emotionele vlak failliet gaan als ze geen aandacht schenken aan andere zaken die ertoe doen: reputatie, relaties, stabiele doelgerichtheid, betrokken medewerkers en de simpele maar kostbare ervaring van plezier hebben in het werk.
vrijdag 7 februari 2014
Bestaat persoonlijke aanleg voor werkdruk?
"Wanneer je oude patronen wilt veranderen, zul je ze eerst moeten herkennen"
Hoewel stress nooit op de achtergrond is geraakt, heeft de huidige crisis en de talloze reorganisaties het onderwerp stress actueler dan ooit gemaakt. Het aantal mensen met een burnout neemt jaarlijks toe. Een derde van alle arbeidsverzuim is het gevolg van stress lees ik overal om me heen. Maar wat is die stress dan?
En een belangrijke vraag blijft: waarom raakt de een wel gespannen van bepaalde zaken op het werk en de ander niet? Er worden nogal eens medewerkers naar cursussen timemanagement of mindfulness gestuurd om weer grip op hun werk en/of leven te krijgen. Meestal heeft de medewerker de grens van zijn kunnen dan al bereikt of overschreden. Kun je dat voorkomen?
Vormen van werkdruk
Via LinkedIn kwam ik een interessant onderzoek van The Effectiveness Group tegen naar Big Five persoonlijkheidskenmerken gerelateerd aan het vermogen om met verschillende soorten werkdruk om te gaan. Stressbestendigheid krijgt hierdoor een andere lading en focust meer op valkuilen door persoonlijke aanleg. Het onderzoek richt zich op de HR functie, maar is veel breder toepasbaar.
Het onderzoek leverde zeven categorieën werkdruk op:
- competitieve omgeving
- hoeveelheid werk
- dagelijks gedoe
- leidinggevende rol
- contacten op het werk (politiek in de organisatie)
- balans werk-privé
- publieke angst (ongemakkelijk voelen bij publiek optreden)
Het maakt inzichtelijk wie gevoelig is voor welk type werkdruk. Dat biedt ruimte voor gerichte coaching en het voorkomen van uitval.
Persoonlijkheidskenmerken
Voor wie de theorie van de Big Five geen dagelijkse kost is: veel testen zijn op deze vijf persoonlijkheidsdimensies (in engels: supertraits) gebaseerd, zoals het bekende MBTI (Myers-Briggs Type Indicator). De vijf dimensies bepalen in grote mate iemands aanleg:
- neuroticisme (gevoeligheid, behoefte aan stabiliteit)
- extraversie
- zorgvuldigheid (ordelijkheid, conscientieusheid)
- mensgerichtheid
- openheid en interesse voor ideeën (ook wel: autonomie)
Deze vijf domeinen omvatten allen een aantal persoonlijkheidskenmerken. Extraversie omvat bijvoorbeeld contactbehoefte of optimisme. Openheid voor ideeën omvat bijvoorbeeld verbeeldingskracht en vrijzinnigheid. Wat voor veel testmethodieken geldt en zo ook voor de Big Five is dat er geen goede of slechte score is en dat het louter aanleg meet. De combinatie van persoonlijkheidskenmerken voorspelt bepaalde competenties.
Binnen het onderzoek ligt een aantal combinaties voor de hand. Mensen die hoog scoren op mensgerichtheid kunnen het moeilijk hebben: hun betrokkenheid, hulpvaardigheid en neiging om te pleasen maken hen vatbaar voor alle soorten werkdruk.
Wat eveneens kwetsbaar maakt, zijn de eigenschappen binnen zorgvuldigheid; hierbij spelen drive, perfectionisme en een groot verantwoordelijkheidsgevoel een rol. Dè ingrediënten voor een burnout.
Een zekere mate van gevoeligheid zorgt voor minder weerbaarheid op voor alle typen werkdruk op, behalve een competitieve omgeving en de politiek. Deze laatste spelen geen rol in de behoefte aan stabiliteit.
Het interesseniveau correleert alleen met dagelijks gedoe: wie hoog scoort op dit kenmerk kan prima inspelen op alles wat afwijkt van routine. Iemand die een laag interesseniveau heeft en meer praktisch van aard is, zal gevoeliger zijn voor dagelijks gedoe en hier sneller hinder van ondervinden.
Een extravert persoon blijkt te floreren bij alle categorieën. De hoeveelheid werk blijkt hierbij overigens geen factor van betekenis te zijn. Een van mijn eerste lessen van de arbodienst was ook dat mensen niet overspannen worden van teveel werk, maar van te weinig ontspanning en dat is iets wat ik nooit meer ben vergeten. Beperk je kennis wat dit betreft dan ook niet tot de hoeveelheid werk die een medewerker verricht, maar ook hoeveel tijd hij neemt om te ontspannen.
Het persoonlijkheidsprofiel dat het minst gevoelig is voor werkdruk scoort hoog op extraversie, laag op gevoeligheid en laag op mensgerichtheid. Een extravert iemand is assertief en floreert bij verschillende soorten stimulatie, dat zet hem aan tot actie. Iemand die laag op gevoeligheid scoort is kalm, beheerst en in staat effectief met verschillende soorten druk om te gaan. Tot slot beschikken mensen die laag scoren op mensgerichtheid over een agressief, competitief temperament dat juist gemobiliseerd wordt door druk. Wie zich in die omschrijving herkent: wellicht kun je collega's mee laten profiteren van je aanleg om goed met werkdruk om te gaan!
Omgaan met kwetsbare eigenschappen
Voordat je aangeraden wordt een boek over burnout te lezen, help je jezelf wellicht met de volgende tips. 'Met de beste bedoelingen' is een boek over de onbedoelde negatieve effecten van (altijd maar) aardig (of gericht op anderen) zijn. Over gevoeligheid heeft Elaine Aron goede boeken geschreven en helpt je gevoeligheid in te zetten in plaats van er last van te hebben.
Je openheid vergroten, betekent zekerheden loslaten en uit je comfortzone stappen, laat je hier inspireren!
Je openheid vergroten, betekent zekerheden loslaten en uit je comfortzone stappen, laat je hier inspireren!
De introverten onder ons verwijs ik graag naar een blog over de kracht van introversie en het inzetten van de sterke kanten van deze persoonlijkheidsdimensie. Je eigen kwetsbaarheden kennen, kan je weerbaarder maken.
Nieuwsgierig naar jouw eigen aanleg? Op internet zijn diverse gratis testen te vinden die een indicatie geven, bijvoorbeeld op www.123test.nl/bigfive.
Een uitgebreide Big Five test - inclusief de bijbehorende 29 persoonlijkheidskenmerken - en terugkoppeling kan ik voor je verzorgen. Een mooi vertrekpunt voor persoonlijke ontwikkelingsplannen en loopbaanontwikkeling. Neem gerust contact op!
Bron: The Effectiveness Group
vrijdag 6 december 2013
Wie het weet mag het (niet) zeggen
"Er is niemand van wie je niet iets zou kunnen leren"
- Dag Hammerskjöld
Onlangs had ik een gesprek met een goede vriend die de zeldzame kunst verstaat IT architectuur begrijpelijk voor mij te maken. Hij vertelt me over zijn frustraties in zijn nieuwe baan, omdat hij niet de kans krijgt daadwerkelijk zaken op orde te brengen. In plaats daarvan ziet hij allerlei rafelige softwareoplossingen voorbij komen, die bij elke verandering knullige aanpassingen krijgen (“het werkt toch!?”).
De initiatieven die hij neemt om degelijke standaarden vast te leggen zodat nodeloos knip- en plakwerk met softwareoplossingen kan worden voorkomen, stranden op gemakzucht van de leiding: geen tijd voor, geen prioriteit, het zal wel, zorg eerst maar dat A of B af is. Mijn vriend heeft jaren als IT consultant gewerkt en toch laten ze zijn inzichten links liggen, met als gevolg dat hij zijn talenten elders zal gaan inzetten. Ongetwijfeld als consultant met een hoog tarief.
Hoeveel kennis is er niet onbenut aanwezig in organisaties waar functieomschrijvingen geen ruimte bieden voor daadwerkelijk initiatief? Met dit in mijn achterhoofd stuitte ik op een onderzoek van TNO (mei 2013) naar kwalificatieveroudering in Nederland. Het onderzoek laat zien dat één op de drie medewerkers zich onderbenut voelt. Hoe is dat mogelijk? Ik zou verwachten dat er meer van (niet ontslagen) medewerkers verwacht wordt nu veel organisaties afslanken en in deze medewerkers geïnvesteerd wordt om maximaal ingezet te kunnen worden. Het blijft waarschijnlijk steken op het eerste.
Kennis en vaardigheden die onbenut blijven, verouderen ook nog eens: het zal niet bijdragen aan de motivatie en het zelfvertrouwen en mentaal verzuim in de hand werken. Een zorgwekkend fenomeen. Het onderzoek pleit voor een brede blik over de grenzen van eigen functie en afdeling heen. Een blik die overigens ook noodzakelijk is voor het trendy strategische personeelsbeleid en vitaliteitsbeleid: hoe kan het dan zijn dat dit niet gebeurt?
Geen tijd, geen prioriteit, onwetendheid, gemakzucht? Ieder HR(D) beleid van deze tijd zal “leren met en van elkaar dichtbij de werkvloer” omvatten waarbij zoveel mogelijk gebruik wordt gemaakt van kennis en vaardigheden van eigen medewerkers. Deze kennis en vaardigheden moeten dan wel inzichtelijk zijn en de tijd die daarmee gemoeid gaat legt het blijkbaar af tegen de snelle oplossingen: een korte termijn beleid (en visie) blijft een hardnekkig fenomeen, crisis of geen crisis.
Nieuw beleid na vitaliteit?
De afgelopen jaren stond vitaliteit hoog op de HR agenda, wordt dat nu kwalificatieveroudering? Het vraagt zoals gezegd om dezelfde aanpak. Hulptroepen zijn inmiddels ook geactiveerd: TNO ontwikkelt momenteel een diagnose-instrument en een interventieprogramma voor het meten en bestrijden van kwalificatieveroudering bij individuele medewerkers, in teams en in organisaties. Is dit alleen niet weer een knip- en plakoplossing?
In de tussentijd: weten wat je medewerkers in huis hebben en dat maximaal benutten, is dat niet het hele idee van HR!? Dus voordat kennis van buiten wordt gehaald (lees: inhuur adviseurs/consultants), eerst maar eens kwalificaties binnen de organisatie inzichtelijk maken.
Met de functioneringsgesprekken in zicht, genoeg gelegenheid om vragen te stellen als:
- in welke vaardigheden heb je je kunnen ontwikkelen het afgelopen jaar?
- hoe kunnen we jouw kwaliteiten beter benutten voor de organisatie?
- Wat is nodig om jouw kennis en vaardigheden up to date te houden?
- wat zie je als jouw toegevoegde waarde binnen de speerpunten van het jaarplan?
- wat is er nodig om die waarde concreet te maken?
Ik wens management en leidinggevenden veel interesse toe! Misschien staat wat je nodig hebt, gewoon voor je neus.
dinsdag 19 november 2013
Talent heb je (helaas) zelf in de hand
Thinking that talent comes from genes and environment is like thinking that cookies come from sugar, flour and butter.
- Daniel Coyle
Waarom blinkt de een in iets uit en de ander niet. We zijn geneigd te denken dat talent nu eenmaal aangeboren is. Dat is prettiger voor je gemoedsrust dan dat je gewoon niet genoeg je best hebt gedaan. We leggen oorzaken van onze eigen tekortkomingen het liefst buiten onszelf (als ik de kans had gehad, het talent had gehad, ouders met geld had gehad, etcetera). Maar wat als je meer in je mars hebt dan je denkt. Wat als blijkt dat je een wereld aan mogelijkheden hebt en jij aan zet bent?
Wat binnen HRD onderbelicht is, is de vaardigheid om te kunnen leren. Iedereen die met leren en ontwikkelen te maken heeft, kent de leerstijlen van Kolb. Voor trainer en deelnemer is het handig om te weten welke leerstijl de deelnemer heeft zodat je je lesmateriaal daar op aan kunt passen (is de leerling een denker, een doener, een waarnemer of toepasser). Er zit echter nog een stap voor: is iemand wel in staat om te leren en is dat meetbaar? Daniel Coyle, schrijver van The Talent Code, denkt van wel en introduceert op zijn website het begrip LQ: leerquotiënt. Leren vraagt inspanning en je kwetsbaar kunnen opstellen. Hij stelt tien vragen die jouw LQ in kaart brengen. De vragen zijn op zichzelf al tips hoe je aan je LQ kunt werken, want die is volgens Cole niet zoals je IQ een vaststaand gegeven (over dat laatste zijn de meningen overigens ook verdeeld).
Focus en herhalen
Het gaat enerzijds om focus: oefen je elke dag minstens een uur en ben je sowieso veel met ontwikkeling bezig, ben je je voortdurend bewust van je leervraag en bouw je die in in je dagelijkse werkzaamheden, weet je exact wat je moet leren en weet je ook wat je niet weet, kun je je op het leerproces richten zonder direct resultaat te zien.
Anderzijds om open staan voor de omgeving: durf je uit je comfortzone te stappen, kun je een coach of mentor als rolmodel zien en je laten begeleiden, ben je in staat zowel routinewerkzaamheden te doen (oefenen, oefenen, oefenen) als nieuwe, innovatieve werkzaamheden. Psychologe Carol Dweck (auteur van 'Mindset: a new psychology of success') spreekt in dit kader over een groeimindset: het geloof dat talenten en vermogens ontwikkeld kunnen worden en dat je je moet omringen met mensen die je daartoe uitdagen.
Talent is volgens Cole niet vaag en ongrijpbaar. Mensen die uitblinken, hebben een bepaalde nieuwsgierigheid, zijn gericht op groei en ontwikkeling, zijn enigszins bescheiden (weten wat je niet weet!) en beschikken over aanpassingsvermogen en doorzettingsvermogen. Daniel Pink, auteur van Drive, noemt dat 'grit': ben je in staat te focussen op lange termijn doelstellingen. Grit maakt medewerkers geschikt om hun talenten te versterken of ontwikkelen. Eigenlijk gewoon de juiste attitude en hard werken dus. Het verdient aandacht in je wervingsproces: want wie zegt dat jouw succesvolle sollicitant succesvol blijft?
De uitdaging bij talentontwikkeling
Voor talentontwikkeling binnen je organisatie betekent dat, dat herhaling een vereiste is om een vaardigheid echt eigen te maken en dus een ontwikkeling door te maken. Natuurlijk behoren intervisiegroepen, coaching en informeel leren tot de taak van HR(D), maar de eigen verantwoordelijkheid en gedrevenheid van de medewerker zal uiteindelijk doorslaggevend zijn. Wie zich verdiept in het actuele 'breinleren' komt tot dezelfde conclusie: om te leren dien je 6 weken lang intensief met de leerstof/het leren bezig te zijn. Dweck doet er nog een schepje bovenop: het opdoen van 'brain knowledge' kan een groeimindset bevorderen: wat de weg is naar succes.
Het betekent dat je als organisatie of leidinggevende moet durven kiezen voor wat er zou kunnen zijn in plaats van wat er is. Er zijn genoeg voorbeelden van talentvolle medewerkers die uiteindelijk vastlopen: wellicht is hun LQ niet toereikend om echt te gaan uitblinken of zoals Dweck aantoont: de kwalificatie 'high potential' kan onzekerheid met zich meebrengen en conservatief gedrag. Het goede nieuws is, is dat het LQ te verhogen is. Een stimulerend leerklimaat - leren en ontwikkelen echt inbouwen in het werk - kan enorm bijdragen aan een hoger LQ. Het pleit voor zogenaamd 'didactisch' leiderschap: je hebt als leidinggevende de taak mensen te helpen zich te ontwikkelen en hier een veilige omgeving voor te creëren.
Vraag jaarlijks aan je medewerkers wat ze aan hun ontwikkeling gaan doen en met name hoe ze dat in hun dagelijkse routine gaan inbouwen en wat daarvan het resultaat zal zijn, stel interne leerstages of projecten ter beschikking (en de tijd!), zorg voor voldoende begeleiding in de vorm van interne coaches of mentoren. Daarnaast zul je als organisatie kleur moeten bekennen als een medewerker achter blijft, want dat hoort ook bij een stimulerend werkklimaat: helderheid en duidelijkheid. Dan creëer je een omgeving en duidelijke kaders waarbinnen mensen stappen durven zetten.
dinsdag 24 september 2013
Leiderschap vraagt kwetsbaarheid
“In het verleden wist een leider hoe hij iets moest zeggen. De leider van de toekomst weet hoe hij iets moet vragen.”
- Peter Drucker
Al jaren is authenticiteit een grote wens van werkgevers in hun wervingstekst. Echte mensen willen we. Mensen die zichzelf durven zijn en zich kwetsbaar durven opstellen: dat zijn de leiders van de toekomst. Authenticiteit verkoopt: managementgoeroes James Gilmore en Joseph Pine (bekend van bestseller De Beleveniseconomie) kozen als ondertitel voor hun recente boek Authenticity voor "what consumers really want".
Toch valt authenticiteit binnen organisaties vaak ver te zoeken. Enerzijds omdat organisatie er niet op zijn ingericht authenticiteit te laten floreren en anderzijds omdat veel mensen eigenlijk niet weten waar ze het over hebben. Waar authenticiteit op neerkomt, is een sterke identiteit: trouw kunnen blijven aan jezelf, je waarden, je drijfveren en waar je voor staat. Daar wringt de schoen: veel mensen weten helemaal niet waar ze voor staan en wie ze zijn zonder de mening van anderen.
In mijn vele coachgesprekken met jonge academici valt het me op dat ze het lastig vinden hun eigen koers te varen en hun eigen identiteit te ontwikkelen in een omgeving die hen voortdurend wil kneden en beïnvloeden. We willen het allemaal graag goed doen èn we willen er graag bij horen. Beide zijn niet bevorderlijk voor authenticiteit. Alle prachtige 'diversity' statements ten spijt: ik heb toch heel wat mensen met karakter organisaties met een diversity claim zien verlaten.
De vorming van een eigen identiteit
Een aantal jaar geleden ben ik door deze ervaringen geïnspireerd geraakt een kindercoachopleiding te gaan volgen en me te verdiepen in pedagogiek. Met zaken als zelfvertrouwen, eigenwaarde, een eigen identiteit en grenzen leren trekken kan je niet vroeg genoeg beginnen lijkt mij. Het vormen van een eigen identiteit begint al op jonge leeftijd, de druk op het kind zich aan te passen en een vastgestelde ontwikkeling door te maken echter ook. Het is een interessante paradox: we zoeken eigenheid en onafhankelijkheid, maar onze samenleving is daar niet op ingesteld.
Authenticiteit als trend
Het is opmerkelijk dat we een schoolsysteem hebben waarin prestaties en een opsomming van waar jonge kinderen allemaal aan moeten voldoen centraal staan. Als ze zich hebben aangepast en zijn gevormd, horen ze jaren later dat ze wel authentiek moeten zijn. Zit je daar met je aangepaste gedrag in een samenleving die ineens om authenticiteit vraagt. Een trend die ik geamuseerd gade heb geslagen: boeken, seminars, opleidingen: allemaal op zoek naar onszelf! Waarom niet voorkomen dat we dat kwijtraken? Weten we eigenlijk wel dat en/of hoe we het kwijtraken? Over een ding zijn we het allemaal eens: kinderen zijn puur en kunnen zich ongegeneerd verwonderen.
Honderd talen
In de pedagogiek is de naam Loris Malaguzzi een bekende: een bevlogen pedagoog die in het stadje Reggio Emilia net na de tweede wereldoorlog het initiatief van een aantal moeders ondersteunde om zelf een kleuterschool op te richten. Een school die kinderen helpt een eigen identiteit en zelfstandigheid te ontwikkelen. Een school die hun creatieve vaardigheid stimuleert, een eigen wil versterkt en leert vertrouwen op het eigen gezond verstand. Karakteristieken die noodzakelijk werden geacht het land weder op te bouwen en een antwoord was op het ontbreken daarvan tijdens de oorlogsjaren: hoe konden mensen zich zo laten meeslepen? De pedagogiek van Malaguzzi staat bekend als Reggio Emilia en wordt ook wel de pedagogiek van het luisteren genoemd. Hij heeft een gedicht geschreven met de titel: “een kind heeft honderd talen, maar de school en de samenleving stelen er negenennegentig van."
Het creatieve kind
Het uitgangspunt is dat kinderen worden geboren met een enorm potentieel, als krachtige en intelligente wezens. Zij zijn nieuwsgierig, ondernemend en onderzoekend en altijd uit op communicatie met andere kinderen, volwassenen en met hun omgeving. Kinderen bouwen zelf actief en creatief in wisselwerking met anderen en de wereld om hen heen hun identiteit op en kunnen zich daarbij uitdrukken in honderd talen: niet alleen verbaal, maar ook beeld, geluid, logica, materialen, beweging, metaforen en nog talloze andere talen. Begeleiders en opvoeders hebben als belangrijkste taak de mogelijkheden die al deze talen in zich dragen aan te spreken en te versterken. Kinderen hoeven alleen begeleid te worden in het tot bloei laten komen van wat ze in potentie in zich hebben (zodat ze daar later niet meer op gecoacht hoeven worden!)
Wankelmoed
Organisaties die authenticiteit een belangrijke waarde vinden, doen er goed aan ruimte te bieden aan alle talen en aan de moed die er soms voor nodig is om jezelf te laten zien. Kwetsbaarheid is een actueel thema en onlosmakelijk verbonden met leiderschap. Het is niet voor niets dat sprekers als Brené Brown, Susan Cain en mijn favoriet Joshua Walters die allen hun kwetsbare kant laten zien een staande ovatie krijgen op hun TED praatje. Eigenheid is in.
Filosofe Désanne van Brederode merkt eind 2011 al op dat wankelmoed een nieuwe deugd is: "Helaas wordt mensen vaak voorgehouden dat het eerlijk uitkomen voor je twijfels, je dubbelzinnigheden, je fouten en nalatigheden, en je onwetendheid of onkunde op bepaalde gebieden, tekenen van zwakte zijn. Dat het terugkomen op een eerdere uitspraak of daad, het simpelweg toegeven dat je je bij een bepaalde uitspraak door onredelijke sentimenten hebt laten leiden, of dat het geen antwoord weten, of willen geven op scherpe vragen, allemaal bewijzen zijn van onzekerheid en wankelmoedigheid."
Maar het zijn andere tijden, tijden die vragen om (wankel)moed en een (werk)omgeving die dit omarmt. Organisaties moeten zich realiseren wat de voedingsbodem is voor authenticiteit, zodat wat ze zoeken ook vinden èn kunnen behouden.
vrijdag 6 september 2013
Arbeidsvreugde: recept voor hoge productiviteit
"The future belongs to the happy"
- Alexander Kjerulf (Chief Happiness Officer)
En, had je weer zin in je werk na de vakantie? Een goede graadmeter om te bepalen of je nog op je plek zit en hoe het energiepeil erbij staat. Veel mensen maken (bewust of onbewust) de balans op in de vakantie. Tevreden over behaalde resultaten of de samenwerking met je collega's? Hoe kijk je terug op de afgelopen maanden? Heb je jezelf kunnen ontwikkelen? Leuke anekdotes om te onthouden?
Bij elke werkgever waar ik ga mogelijk voor ga werken, vraag ik steevast: wordt er hier ook een beetje gelachen? Humor maakt dingen lichter en wat mij betreft onontbeerlijk voor een fijne werkomgeving. Plezier op het werk is ontzettend belangrijk en toch kan ik me niet herinneren dat een sollicitant ooit deze vraag aan mij stelde (wel over 'de cultuur'). Dat terwijl het mooie salaris, de gewenste opleiding of prestigieus project in het niet valt als je geen plezier hebt in en op je werk. Een vrolijk "goedemorgen!" een gezond relativeringsvermogen en een vleugje zelfspot zijn voor mij onontbeerlijke ingrediënten van een prettige werkomgeving.
Tien alarmbellen
Management Consultant Alexander Kjerulf die zichzelf tot Chief Happiness Officer heeft benoemd en van wie de openingsquote van dit artikel is, heeft er zijn missie van gemaakt geluk op de werkvloer te creëren: "because loving what you do is just that damn important!" Indien je meerdere signalen herkent, is het tijd is om met je baas te gaan praten. Kjerulf noemt: uitstelgedrag, een slapeloze zondagnacht, hoofdpijn, een kort lontje hebben, de werkdag als lang en traag ervaren, meer gefocused raken op salaris, niet (meer) hulpvaardig of betrokken bij collega's zijn, andermans motieven wantrouwen, algehele desinteresse en geen maatje op het werk hebben. Uit onderzoek blijkt de laatstgenoemde een van de belangrijkste factoren die geluk op het werk voorspelt.
Niemand is tegen geluk op de werkvloer, maar waarom zou je als organisatie dit een speerpunt moeten maken? Arbeidsvreugde wordt als kritieke succesfactor onterecht over het hoofd gezien. Uit onderzoek blijkt dat gelukkige medewerkers productiever, creatiever en innovatiever zijn. Ze hebben meer aanpassingsvermogen, zijn meer betrokken en minder ziek. Kortom: geluk op de werkvloer hoort hoog op de agenda te staan. Mogelijk denkt u aan de medewerkerstevredenheidsenquête die plichtsgetrouw door veel organisaties tweejaarlijks gehouden (check!). En zelfs als die positief uitvalt: een tevreden medewerker is nog niet per definitie een gelukkige medewerker.
Managementgoeroes Marcus Buckingham and Curt Coffman kwamen in een onderzoek naar het aantrekken en behouden van talentvolle en productieve medewerkers tot een lijst van twaalf vragen die klaarblijkelijk tot een hogere productiviteit, winstgevendheid, retentie en klanttevredenheid leiden. Een recept voor succes dus. Buckingham en Coffman concludeerden dat hoe de medewerker zich VOELT veel impact heeft op zijn performance. De vragenlijst is dus zeer waardevol voor leidinggevenden als input voor gesprekken met hun medewerkers.
Recept voor een hoge productiviteit
De lijst kan ook sollicitanten helpen de organisatie aan deze belangrijke werkingrediënten te toetsen tijdens gesprekken. Ik zie het vooral als een mooi hulpmiddel voor medewerkers om de balans op te maken. Ben je tot de conclusie gekomen dat je niet (meer) gelukkig bent op je werk of er een onbehaaglijk gevoel over hebt, maar je niet precies weet waar de schoen wringt is de lijst een handig hulpmiddel.
Hoewel een aantal factoren buiten je invloedssfeer liggen, biedt de vragenlijst zeker kansen waar het gaat om de verantwoordelijkheden die je hebt en de aard van de gesprekken met collega's (niet noodzakelijkerwijs je leidinggevende). Inzicht in wat bijdraagt aan arbeidsvreugde kan je helpen het werk en je collega's anders te benaderen.
1. Weet ik wat er van me verwacht wordt?
2. Beschik ik over de tijd en middelen om mijn werk goed te doen?
3. Kan ik mijn ei kwijt; kan ik mijn talenten inzetten?
4. Heb ik de afgelopen week waardering of een compliment gekregen voor mijn werk?
5. Is mijn leidinggevende of een collega met mij als persoon begaan en geinteresseerd?
6. Is er een leidinggevende of collega die mijn ontwikkeling stimuleert?
7. Wordt mijn mening serieus genomen?
8. Geeft de missie of doelstelling van mijn werkgever mij het gevoel werk te doen wat er toe doet?
9. Hebben mijn collega's de drive en betrokkenheid goed werk te leveren?
10. Heb ik een maatje op het werk? (deze komt ook terug als signaal bij Kjerulf: van groot belang)
11. Heb ik het afgelopen jaar met iemand over mijn voortgang gesproken?
12. Heb ik het afgelopen jaar de kans gehad om te leren en me te ontwikkelen?
Het is opvallend dat salaris, arbeidsvoorwaarden en een inspirerende leidinggevende geheel ontbreken in dit verhaal. De vragen zijn met name gericht op zelfontplooiing en de waardering die je ervaart als mens. Zelf kun je natuurlijk ook een rol spelen voor andere collega's, voor het stellen van bovengenoemde vragen hoef je geen opleiding gevolgd te hebben.
Wie getriggerd is door dit onderwerp, moet zeker een kijkje nemen op de site van CHO Kjerulf: www.positivesharing.com. Een site om vrolijk van te worden, maar ook om jezelf een spiegel voor te houden. Het is doodzonde om te verpieteren in een baan waar je niet tot je recht komt en chagrijnig van wordt. Kjerulf stelt dat niet de intelligente of succesvolle mensen de toekomst hebben, maar de gelukkige medewerkers. Werkze!
dinsdag 23 juli 2013
Ik zie, ik zie, wat jij ook heus wel ziet
"The most courageous act is still to think for yourself. Aloud."
- Coco Chanel
Omdat ik laatst weer eens in Kopenhagen was en park Tivoli bezocht moest ik denken aan de keer ervoor dat ik er was - zo'n beetje aan het begin van mijn werkende leven - en een beeldje kocht wat het sprookje de 'Kleren van de keizer' uitbeeldde. Ik vond het toen al een geweldig verhaal en met de jaren zag ik het sprookje vaak werkelijkheid worden in organisaties. Je kunt het vrij vertalen als een keuze of beslissing, die iedereen afkeurt, maar waartegen niemand protesteert uit angst om tegen de groep en/of haar leider in te gaan.
Kent u het?
Het sprookje verhaalt van een keizer die erg op zijn uiterlijk is gesteld. Zijn kleermakers maken steeds duurdere gewaden, maar de keizer raakt steeds sneller verveeld. Uiteindelijk wil hij iets heel bijzonders en beveelt zijn kleermakers een gewaad te maken van "de stof die niet bestaat."
Dan komen er een paar rondreizende kleermakers aan het hof die zeggen helemaal aan zijn wensen te kunnen voldoen. Zij hebben een uniek, nog nooit vertoond concept: een stof die alleen zichtbaar is voor slimme mensen. In werkelijkheid zijn het natuurlijk oplichters want zo'n stof bestaat niet, maar de kleermakers vertrouwen erop dat niemand zal durven erkennen dat hij/zij de stof niet ziet - uit angst voor dom uitgemaakt te worden (!).
De keizer huurt ze in en na enkele dagen komen ze met veel misbaar en flauwekul naar de keizer met hun bijzondere kleed. Ze voeren een fantastische pantomime op en trekken de keizer het kleed aan dat alleen gezien kan worden door slimme mensen. De keizer aarzelt even, want hij ziet zijn eigen kleed niet, maar door de verrukte kreten van zijn kleermakers gaat hij er zelf ook in geloven. Zeker als ook de eerste minister zegt dat het kleed hem prachtig staat! De keizer waant zich in peperdure kleren en hij wil natuurlijk niet dat mensen denken dat hij dom is. Hij vertoont zich dus aan zijn hovelingen, en ook zij, bevreesd voor zijn woede-uitbarstingen, prijzen zijn nieuwe kleren de hemel in, en loven zijn uitgekiende smaak.
Zodoende besluit de keizer zich te vertonen aan het hele volk. Fier flaneert hij in de optocht - geheel naakt - terwijl het volk omvalt van verbazing, angst en plaatsvervangende schaamte. Totdat een jongetje in het publiek roept: "Hé kijk, de keizer loopt in zijn blootje!" Iedereen houdt de adem in voor de toorn van de vorst, maar plots wordt zijn kreet beantwoord. "Hij heeft gelijk! Hij loopt in zijn blootje!" Spoedig roept iedereen dit, maar de keizer weet niet anders te doen dan trots door te lopen, zelfs al ziet ook hijzelf de kleren niet. En de dienaren blijven zijn sleep dragen... die er niet is.
Soms voel ik me dat jongetje dat roept dat de keizer in zijn blote kont loopt. Er worden soms beslissingen in een organisatie genomen die voor iedereen onbegrijpelijk zijn, maar ja, is jouw baan niet afhankelijk van deze keizer? Deze keizer, die goede sier wil maken en veranderingen initieert waar je een vraagteken bij kunt zetten of meegaat met een kansloze managementtrend. Hoor je niet geregeld een hoop managementblabla en vraag je je dan af: wat zeg je nou eigenlijk!? Grote kans dat meer mensen zich dat afvragen.
Ja, het vergt moed om je rug recht te houden of een ogenschijnlijk afwijkend standpunt in te nemen (vaak denkt er trouwens nog iemand: “phoe, gelukkig, ik ben niet de enige!”). Maar ben je het niet aan jezelf verplicht een individu te zijn? Ik zie mensen afhaken of eieren voor hun geld kiezen en er blijft een hoop in stand waar niemand op zit te wachten. Een goed voorbeeld is de bankencrisis waarbij er te weinig kritische massa was. Men wist heus wel dat een en ander niet in de haak was, maar alle banken deden het toch? Een te kleine kritische massa kan rampzalige gevolgen hebben. Binnen organisaties met een familiaire sfeer worden misstanden nog makkelijker in stand gehouden: de saamhorigheid kan ongezonde vormen aannemen waarbij kritische personen van buiten ook snel weer buiten staan.
Waar managers vaak naïef in zijn, is dat "hun deur toch altijd open staat?" Ze onderschatten hun eigen positie en impact en het feit dat veel kritische geluiden hen niet meer bereiken. Voor ze het weten lopen ze in hun blote kont met hun beleid dat geen inhoud heeft (of zelfs onethisch is). Als HR adviseur kom je geregeld in de positie waarbij je je afvraagt of je mee kan gaan met de ideeën en het beleid van de organisatie. Iedere medewerker zou zich veilig moeten kunnen voelen om kritische vragen te stellen en uit te gaan van zijn eigen normen en waarden.
Toen kwamen de managers tot inkeer en zorgden voor een sfeer waarbinnen de rol van advocaat van de duivel hoog aanzien had.....en ze werkten nog lang en gelukkig.
- Coco Chanel
Omdat ik laatst weer eens in Kopenhagen was en park Tivoli bezocht moest ik denken aan de keer ervoor dat ik er was - zo'n beetje aan het begin van mijn werkende leven - en een beeldje kocht wat het sprookje de 'Kleren van de keizer' uitbeeldde. Ik vond het toen al een geweldig verhaal en met de jaren zag ik het sprookje vaak werkelijkheid worden in organisaties. Je kunt het vrij vertalen als een keuze of beslissing, die iedereen afkeurt, maar waartegen niemand protesteert uit angst om tegen de groep en/of haar leider in te gaan.
Kent u het?
Het sprookje verhaalt van een keizer die erg op zijn uiterlijk is gesteld. Zijn kleermakers maken steeds duurdere gewaden, maar de keizer raakt steeds sneller verveeld. Uiteindelijk wil hij iets heel bijzonders en beveelt zijn kleermakers een gewaad te maken van "de stof die niet bestaat."
Dan komen er een paar rondreizende kleermakers aan het hof die zeggen helemaal aan zijn wensen te kunnen voldoen. Zij hebben een uniek, nog nooit vertoond concept: een stof die alleen zichtbaar is voor slimme mensen. In werkelijkheid zijn het natuurlijk oplichters want zo'n stof bestaat niet, maar de kleermakers vertrouwen erop dat niemand zal durven erkennen dat hij/zij de stof niet ziet - uit angst voor dom uitgemaakt te worden (!).
De keizer huurt ze in en na enkele dagen komen ze met veel misbaar en flauwekul naar de keizer met hun bijzondere kleed. Ze voeren een fantastische pantomime op en trekken de keizer het kleed aan dat alleen gezien kan worden door slimme mensen. De keizer aarzelt even, want hij ziet zijn eigen kleed niet, maar door de verrukte kreten van zijn kleermakers gaat hij er zelf ook in geloven. Zeker als ook de eerste minister zegt dat het kleed hem prachtig staat! De keizer waant zich in peperdure kleren en hij wil natuurlijk niet dat mensen denken dat hij dom is. Hij vertoont zich dus aan zijn hovelingen, en ook zij, bevreesd voor zijn woede-uitbarstingen, prijzen zijn nieuwe kleren de hemel in, en loven zijn uitgekiende smaak.
Zodoende besluit de keizer zich te vertonen aan het hele volk. Fier flaneert hij in de optocht - geheel naakt - terwijl het volk omvalt van verbazing, angst en plaatsvervangende schaamte. Totdat een jongetje in het publiek roept: "Hé kijk, de keizer loopt in zijn blootje!" Iedereen houdt de adem in voor de toorn van de vorst, maar plots wordt zijn kreet beantwoord. "Hij heeft gelijk! Hij loopt in zijn blootje!" Spoedig roept iedereen dit, maar de keizer weet niet anders te doen dan trots door te lopen, zelfs al ziet ook hijzelf de kleren niet. En de dienaren blijven zijn sleep dragen... die er niet is.
Soms voel ik me dat jongetje dat roept dat de keizer in zijn blote kont loopt. Er worden soms beslissingen in een organisatie genomen die voor iedereen onbegrijpelijk zijn, maar ja, is jouw baan niet afhankelijk van deze keizer? Deze keizer, die goede sier wil maken en veranderingen initieert waar je een vraagteken bij kunt zetten of meegaat met een kansloze managementtrend. Hoor je niet geregeld een hoop managementblabla en vraag je je dan af: wat zeg je nou eigenlijk!? Grote kans dat meer mensen zich dat afvragen.
Ja, het vergt moed om je rug recht te houden of een ogenschijnlijk afwijkend standpunt in te nemen (vaak denkt er trouwens nog iemand: “phoe, gelukkig, ik ben niet de enige!”). Maar ben je het niet aan jezelf verplicht een individu te zijn? Ik zie mensen afhaken of eieren voor hun geld kiezen en er blijft een hoop in stand waar niemand op zit te wachten. Een goed voorbeeld is de bankencrisis waarbij er te weinig kritische massa was. Men wist heus wel dat een en ander niet in de haak was, maar alle banken deden het toch? Een te kleine kritische massa kan rampzalige gevolgen hebben. Binnen organisaties met een familiaire sfeer worden misstanden nog makkelijker in stand gehouden: de saamhorigheid kan ongezonde vormen aannemen waarbij kritische personen van buiten ook snel weer buiten staan.
Waar managers vaak naïef in zijn, is dat "hun deur toch altijd open staat?" Ze onderschatten hun eigen positie en impact en het feit dat veel kritische geluiden hen niet meer bereiken. Voor ze het weten lopen ze in hun blote kont met hun beleid dat geen inhoud heeft (of zelfs onethisch is). Als HR adviseur kom je geregeld in de positie waarbij je je afvraagt of je mee kan gaan met de ideeën en het beleid van de organisatie. Iedere medewerker zou zich veilig moeten kunnen voelen om kritische vragen te stellen en uit te gaan van zijn eigen normen en waarden.
Toen kwamen de managers tot inkeer en zorgden voor een sfeer waarbinnen de rol van advocaat van de duivel hoog aanzien had.....en ze werkten nog lang en gelukkig.
vrijdag 28 juni 2013
Talent gaat ten onder aan middelmatigheid
"Hoe groter verstand men heeft, hoe meer originele mensen men ontdekt. De middelmatigen vinden geen verschil tussen de mensen."
- Blaise Pascal
Er zijn tijden geweest dat het niet op kon: voor het werven van marketing- en salesmanagers was een zogenaamde sign on bonus in HR land niet ongebruikelijk. Het aantrekken van goede medewerkers was lastig en de creativiteit uitte zich vooral op het gebied van toeslagen, prestatiebonussen en dus ook forse eenmalige uitkeringen. Business courses, prachtige brochures, flitsende websites; ik heb het allemaal gezien en meegemaakt.
Maar: money can't buy you happiness. Helaas zie ik de aandacht na indiensttreding vaak verslappen. Een manager komt vaak nog wel toe aan het voeren van een functioneringsgesprek een of twee keer per jaar. Maar van die geweldige doorgroeimogelijkheden zien veel medewerkers nooit meer wat terug. Een treffende conclusie die ik uit een recent medewerkerstevredenheidsonderzoek kon trekken is dat er een flinke dip in de tevredenheid zat bij de groep medewerkers die twee jaar in dienst was. Ik stel me dan zo voor dat je vol enthousiasme in je nieuwe baan bent begonnen en op een gegeven moment vastloopt op "zo werkt dat hier nu eenmaal". Het plaatst het wervingspraatje vaak in een heel ander perspectief.
In een artikel van Mel Kleiman met de nieuwsgierig makende titel "ten ways to guarantee your best people will quit" worden redenen genoemd die ongetwijfeld aan zo'n dip bijdragen. Een aantal daarvan zal de meeste mensen bekend voorkomen: medewerkers hebben aandacht en waardering nodig, duidelijke communicatie en kaders, plezier in het werk en een goed introductieprogramma. Niks nieuws onder de zon.
Wat voor mij juist heel herkenbaar is, is het uitgangspunt dat iedereen gelijk is en de bijbehorende angst voor het maken van onderscheid. Iedereen gelijk behandelen klinkt prettig, maar het werkt niet. Mensen zijn niet gelijk en hun prestaties ook niet. Het gaat erom dat je mensen eerlijk behandelt, niet gelijk. Door het maken van verschil maak je talent zichtbaar en zichtbaarheid betekent erkenning. Of dit in jouw organisatie speelt, wordt vanzelf duidelijk als er een high potential programma wordt geïntroduceerd. Durven leidinggevenden kleur te bekennen? Iedereen gelijk leidt tot middelmatigheid en: talenten voelen zich simpelweg niet thuis bij middelmatigheid. Een garantie voor vertrek dus.
Terug naar het functioneringsgesprek. Ik adviseer leidinggevenden eens voorbij de doelstellingen en competenties te kijken en in een persoonlijk gesprek gericht aandacht te geven aan retentie. Het is jammer als dat gesprek plaatsvindt in de vorm van een exitgesprek. Wanneer was de medewerker op zijn best en hoe kan dat meer benutten worden? Wat zijn dingen die de medewerker in zijn werk belemmeren? Wat zou direct positief bijdragen aan zijn werkplezier en productiviteit? Zijn er ideeën waar de medewerker graag mee aan de slag zou willen? Is er bepaalde ervaring die hij graag op zou willen doen? Wat heeft deze medewerker nodig om enerzijds lekker aan het werk te zijn en anderzijds zich verder te ontwikkelen?
Ik heb vanuit HR natuurlijk talloze exitgesprekken gevoerd en het kwam vaak neer op het krijgen van kansen. Waar veel managers denken: laat de medewerkers zich eerst maar eens bewijzen, voordat we hem meer verantwoordelijkheid geven, wil een medewerker gewoon een kans krijgen om te laten zien wat hij kan. Omdat de meeste organisaties in strak omlijnde functieprofielen en denken, is die stap te groot. Een organisatie die echter durft te denken in talenten, kan een medewerker door het inzetten op specifieke projecten de ervaring en exposure bieden die de ontwikkelbehoefte bevredigt.
Ik heb het geluk gehad bij een werkgever te hebben gewerkt, waar niet het functieprofiel maar ik het uitgangspunt was (ik had niet eens een functieprofiel). Daadwerkelijk ruimte geven voor ideeën en initiatieven is het beste retentiemiddel dat er is en ik ben ervan overtuigd dat het de productiviteit en innovatie meer ten goede komt dan het dichttimmeren van een functie met doelstellingen.
Ja, het is crisis en medewerkers zullen niet meer zo snel in beweging komen. Volgens mij betekent dat echter juist dat je als organisatie je talent moet mobiliseren, voordat middelmatigheid de maat is.
Abonneren op:
Posts (Atom)