Medewerkers zijn net mensen. Als organisatiewetenschapper fascineert het me hoe ik theorieën die indruk op me hebben gemaakt tijdens mijn studie of die ik gaandeweg heb opgepikt zowel op de werkvloer als in het wild terugzie. Als Saskia ben ik simpelweg geïnteresseerd in hoe mensen denken en hoe ze uit zichzelf kunnen halen wat erin zit. Zo denkt Saskia. Welkom in Saskia's wereld.

woensdag 9 juni 2010

HR 2.0 !!??

"Hoe minder ik iets als werk zie, hoe meer ik voor elkaar krijg"
Richard Bach


En daar komt weer een mail binnen. Binden en boeien 2.0. Nou moet ik er toch echt wat van gaan zeggen. Binnen HR is 2.0 volledig omarmd, waardoor ik naast HR 2.0, Werken 2.0 (het nieuwe werken), Internal Branding 2.0 nu ook verleid word om naar een seminar te gaan over binden en boeien 2.0. Waar gaat dit over?
Mij hoor je niet ontkennen dat de manier waarop we werken verschuift. Dat web 2.0 impact heeft op hoe we met elkaar omgaan op het werk, hoe we informatie delen en hoe we elkaar weten te vinden.

Mijn verbazing zit hem in wat ik her en der over HR 2.0 lees. Het schijnt namelijk belangrijk te worden om aandacht te besteden aan ontwikkeling, om innovatie en samenwerking te stimuleren, POP’s te implementeren en aan competentiemanagement te doen. What’s new? Er zijn hele presentaties te vinden over ontwikkelingsstrategieën en implementatieplannen rondom HR 2.0. Je kunt er maar druk mee zijn.

Is dit er weer een uit de serie: hoe worden we serieus genomen als HR professional? Mijn oog viel deze week op de workshop ‘Offensief hr-optreden’: daarin leer je als hr-professional op oorlogspad te gaan. Je leert de geheimen kennen van militaire formats waar je vervolgens jouw organisatie mee om de oren kunt slaan. Is dat de manier waarop HR denkt toegevoegde waarde te leveren?

Ik werk nu ruim 12 jaar in het HR vak en al 12 jaar hoor en lees ik allerlei ideeën om jezelf als HR professional op de kaart te zetten. Er wordt van ons verwacht dat we HR business partner zijn, in het managementteam zitten, agenderend zijn. Er komt zelfs een certificering/keurmerk om jezelf HR business partner te mogen noemen. Het is onzin. Je klanten bepalen wel of je een volwaardig gesprekspartner bent, daar heeft een keurmerk niets mee van doen. Zorg dat je weet wat zich afspeelt op de markt waarin jouw organisatie zich beweegt en zorg dat je daar je activiteiten op aanpast. Zorg dat je weet wat mensen in jouw organisatie drijft. Momenteel spreek ik willekeurig medewerkers binnen mijn organisatie over wat hen motiveert en of ze zich gewaardeerd voelen. Als je dat niet interessant vindt, zit je niet op de juiste plek. Juist in turbulente tijden moet je de vinger aan de pols houden. Ten eerste zijn het ontzettend leuke gesprekken die de medewerkers op prijs stellen, maar ten tweede brengt het mij waardevolle inzichten die ik voor mijn HR-beleidsplan kan gebruiken.

Kortom: binden en boeien 2.0? Er is maar 1 ding dat een leidinggevende of HRM-er hoeft te onthouden en dat is al bewezen door de Hawthorne Studies van Elton May: geef medewerkers aandacht. Het verhoogt de productiviteit en het werkplezier. Hoe je uit ze haalt wat erin zit? Betrekken en vragen stellen! Deze onderzoeken vonden overigens plaats tussen 1927 en 1932.

vrijdag 30 april 2010

In transitie

“Een avontuur is niet meer dan een ongemak dat op de juiste manier wordt opgevat.
Een ongemak is niet meer dan een avontuur dat op de verkeerde manier wordt opgevat”

C.K. Chesterton

Het is een opmerkelijke tijd in mijn leven, voor zover mijn leven in de ogen van anderen sowieso al niet opmerkelijk is. Ik woon momenteel tijdelijk bij Martijn in Leiden, tot ons mooie, nieuwe huis beschikbaar is. Ik ben in transitie zoals ik dat als organisatiewetenschapper zou zeggen. Eind maart trok ik de deur dicht van een appartement waar ik vier jaar (alleen) heb gewoond. Een appartement waar veel is gehuild, maar ook veel is gelachen. Waar heel veel is gepraat en geluisterd. Waar ik in 4 jaar tijd 10 jaar jonger ben geworden. Ik weet nog dat ik daar voor het eerst binnenstapte en de tranen over mijn wang biggelden: mijn eigen plek. Samen met Martijn trok ik de deur dicht na de verhuizing. Een dag later deed de opzichter dat na de oplevering. Ik heb mijn eigen deur niet meer in mijn eentje dicht kunnen trekken. Dat is achteraf gezien wel jammer en ook een gemiste kans. Het is belangrijk goed afscheid te nemen. Dat weet ik pas sinds mijn afscheid bij mijn vorige werkgever waar ik nog altijd met een heel fijn gevoel aan terugdenk.

Inmiddels werk ik alweer ruim een jaar bij mijn huidige werkgever. Mijn werkgever is momenteel ook in transitie. De crisis en met name de gevolgen daarvan voor de bouw betekent ander type projecten, andere samenwerkingsverbanden, maar ook simpelweg minder werk. En dat laatste betekent: boventallige medewerkers. Reorganisaties heb ik inmiddels een paar keer meegemaakt en ik weet hoe belangrijk zorgvuldigheid is in zo’n proces. Hoe belangrijk het is aan iedere medewerker aandacht te geven, want iedereen lijdt verlies: de vertrekker een baan, een sociaal netwerk en soms zelfs eigenwaarde, de achterblijver zijn gevoel van veiligheid of loyaliteit en een prettig team. Een verandering (verhuizing, werkwijze, etc.) is wat anders dan een transitie: dat laatste is het proces dat zich psychisch bij mensen voltrekt en uit 3 fases bestaat: de fase van afsluiten, verliezen en loslaten, de fase van de neutrale zone (een soort psychisch niemandsland) en als laatste het nieuwe begin. Ik ben me heel bewust van dit soort processen. Tenminste: bij anderen.
Ik werd zelf zo in beslag genomen door het voorbereiden, inpakken, regelen en coördineren van de verhuizing en natuurlijk het enthousiasme voor het nieuwe huis dat ik mezelf de tijd heb ontnomen afscheid te nemen van een voor mij heel bijzondere, maar ook intensieve periode.

Ik liet mezelf zo de neutrale zone in slingeren en verrassen door de verwarring die dat oplevert. Oude gewoontes zijn abrupt beëindigd, nieuwe gewoontes moeten nog geboren worden. Nieuwe gewoontes ontstaan vanzelf wel weer. We zijn 4 weken verder en de tent draait. Martijn en ik doen dat goed. Ik worstelde juist met: wat zijn die oude gewoontes? Wat heb ik eigenlijk achtergelaten? Zit daar niet per ongeluk iets tussen wat ik beter niet kan weggooien? Nadat ik al een paar keer wrevelig thuis kwam in Leiden vroeg ik mezelf af: wat deed ik normaal gesproken nou als ik thuiskwam? Ik zou zeggen: eten, sporten of lezen (en erg vaak achter de pc zitten: kat Satine zat op een gegeven moment altijd steevast bij de pc te wachten als ik thuiskwam, daar kwam het baasje bij thuiskomst blijkbaar als eerste naartoe…heel confronterend). Daar zit echter de wrevel niet in: dat zit in hele subtiele dingen. Dat merk ik nu ik een tijdelijk onderkomen heb en in iemands anders huishouden meedraai. Nu merk ik pas welk ogenschijnlijk onbelangrijk comfort achter mijn gewoontes schuilging. En dat is prima. Het zet me weer op scherp. Het is belangrijk om te weten wat ik echt nodig heb en wat ach-het-is-er-nou-toch-comfort.

Inmiddels heb ik vrede met de neutrale zone. Het inwonen bij Martijn vergt aanpassingsvermogen van ons allebei. Het sporten vraagt een flexibele planning. Rust vinden vergt wat meer afstemming. Ik moet weer leren mijn eigen behoeftes te herkennen met iemand naast me, zodat er weer evenveel Saskia naar Utrecht terugverhuist als er vertrokken is. Dan is het moment daar om samen onze draai te vinden in ons nieuwe huis. Met gewoontes. Niet teveel gewoontes. Om historicus Henry Adams te citeren: “chaos leidt vaak tot leven, orde leidt vaak tot gewoonte”. Dus tja, het is belangrijk tijd te nemen om los te komen van een situatie of omgeving en te zoeken naar een nieuw evenwicht. Ik gun iedere medewerker de aandacht en tijd die hij nodig heeft om de transitie-fases te doorlopen.

Wat mijzelf betreft: end of an era. Nu: klaar voor het nieuwe begin.